Wat wel-wat niet - Compostzeef

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Wat wel-wat niet

Composteren is een biologisch proces, waarbij afgestorven leven de voedingsbodem vormt voor nieuw leven.
Compost verrijkt je bodem met organisch materiaal, voedt het bodemleven, voorkomt erosie van de bodem door wind en water, beschermt je planten tegen parasieten en ziektes, beschermt de plantenwortels, vertraagt de uitdroging in warmere periodes.

Wat mag er wel in het compostvat of bak:
Keukenresten: aardappelschillen, groenteafval, schillen van citrusvruchten, fruitresten, notendoppen, keukenpapier, koffiedik en filterzakje, verwelkte snijbloemen.
Tuinafval: haagscheersel, versnipperd snoeihout, gras, plantenresten uit moestuin, onkruid, hooi en stro, herfstbladeren, dennennaalden, kleine hoeveelheden zagemeel en houtkrullen.

Wat mag er niet in het compostvat of bak:
Gekookt voedsel, brood, vet, saus en olie, vlees- en visresten, kattenbakvulling, beenderen en dierlijk afval, uitwerpselen van honden en katten, timmerhout, wegwerpluiers, stof uit de stofzuigerzak, as uit de kachel, aarde en zand, kunststof, metaal en blik.

Compost zeven ?
Of je compost vóór gebruik zeeft of niet, hangt af van de grofheid die je uiteindelijk wil verkrijgen.
Het grofste onverteerde hout kan je meestal gewoon manueel uit de compost halen tijdens het open spreiden in de tuin.
Zal je de compost oppervlakkig in de bodem inwerken of voor de bereiding van potgrond gebruiken, dan kan je beter zeven. Hoe fijner de zeef, hoe fijner de compost.
Fijne compost kan je ook aanwenden als zaaigrond of voor het maken van perspotjes.
De grove fractie, dit is wat niet door de mazen van de zeef valt, hergebruik je als bruin materiaal in je nieuwe compost of breng je als mulch materiaal (bodembedekking) aan tussen struiken en vaste planten.


 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu